Wijzigingen inkomstenbelasting m.i.v. 2019

Wijzigingen inkomstenbelasting m.i.v. 2019

Box 1
De grootste wijziging in de gecombineerde tarieven (inkomstenbelasting plus premie voor de volksverzekeringen) betreft het tarief in de huidige tweede en derde schijf. Dit tarief is in 2019 gedaald van 40,85% naar 38,10% ten opzichte van 2018. Daarnaast is het tarief in de huidige eerste schijf met 0,10 procentpunt gestegen naar 36,65% en is het tarief in de huidige vierde schijf met 0,20% gedaald naar 51,75%.

Verder heeft het kabinet het beginpunt van de hoogste tariefschijf bevroren. Het beginpunt van de hoogste tariefschijf blijft gelijk aan het niveau van 2018 (€68.507). De tarieven worden vanaf 2021 beperkt tot twee schijven, een basistarief van 37,05% en een toptarief van 49,5% voor inkomen meer dan €68.507 euro. Het beginpunt van de hoogste tariefschijf (huidige vierde schijf en vanaf 2021 de tweede schijf) wordt niet geïndexeerd en begint tot en met 2024 bij een inkomen van meer dan €68.507 euro.

Box 2
Het box 2-tarief gaat gefaseerd omhoog van 25% naar 26,25% in 2020 en 26,9% in 2021. Dit is een kleinere stijging dan aangegeven in het Regeerakkoord.

De voorwaartse verrekening van verliezen in box 2 wordt verkort van negen naar zes jaar, conform de voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting.

Voor zover de totale som aan schulden van de directeur-grootaandeelhouder aan de eigen bv meer bedraagt dan € 500.000 euro en voor zover dit geen eigenwoningschuld is, wordt deze belast in box 2 als dividenduitkering. Eigenwoningschulden worden volledig buiten deze maatregel gelaten. Deze maatregel wordt in het voorjaar 2019 in een wetsvoorstel uitgewerkt en zou per 2022 in werking moeten treden.

Box 3
Het heffingvrije vermogen wordt verhoogd tot €30.360 euro per persoon. Het forfaitaire rendement van de vermogensschijven wijzigt naar 1,94% (€30.360 – €102.010), 4,45% (€102.010 – €1.020.096) en 5,60% (meer dan €1.020.096).

Geschreven door |2019-01-15T13:34:48+00:0015 januari 2019|